#6 Samen, apart of toch alleen?

Ook de liefde ontkomt niet aan een inspectie rond de zestig. Wil ik met deze man oud worden en hoe dan? Een legitieme vraag als je nadenkt over een betekenisvolle invulling van de derde levensfase.

Een vriendin vertelde mij dat ze wist dat het tijd was om te scheiden toen ze voor zich zag hoe het zou zijn als ze voor haar echtgenoot zou moeten zorgen. Ze was bang dat ze de brave man met rolstoel en al de plomp in zou duwen. Een andere vriendin verliet haar man na 32 jaar huwelijk, toen de kinderen het huis uit waren. Ze waren uit elkaar gegroeid en zij werd zomaar verliefd op een ander. Hoe kon dat nou?

Zo was het bij mij zeker niet. Zes jaar geleden waren mijn lief en ik vol vertrouwen met elkaar in zee gegaan. Sindsdien hebben we het goed met elkaar. Toch ben ik al enige tijd onrustig. Is dit niet het moment om nog een keer voluit te gaan voor waar ik in geloof in het leven? Alles nieuw en met een  schone lei beginnen. Ook al heeft die lei vegen van de afgelopen 60 jaar, zoals een vriend fijntjes opmerkte. Ik vond het zo’n aanlokkelijk vooruitzicht dat ik bijna de brui gaf aan onze relatie. Zo gaat dat dus als je je leven opnieuw ter hand neemt. Alles wordt kritisch tegen het licht gehouden. Werk, huis en dus ook de liefde. Als er op een vlak in je leven iets verandert, gaat alles schuiven, of je dat nou leuk vindt of niet.

Past deze relatie nog bij de manier waarop ik het leven voor me zie? In de praktijk werkt het niet zo rationeel als de vraag doet vermoeden. Er was meer een onhoudbare, niets- en niemand ontziende drang om uit oude patronen los te breken.

Ik blijk niet de enige te zijn met dit soort radicale neigingen. Het aantal vijftigplussers dat in Nederland per jaar scheidt, is in de afgelopen twintig jaar bijna verdubbeld naar ruim 20.000 mensen. Ze zijn uit elkaar gegroeid en niet meer in staat een herstart te maken, zoals Esther Perel die beschrijft: “Je kunt ook een tweede relatie met dezelfde partner aangaan, want wanneer je opnieuw verbonden bent met jezelf, kun je weer kijken naar de ander”.  Vaak geven juist vrouwen er de voorkeur aan om alleen te blijven. Ze kunnen opzien tegen een man in huis waar ze voor moeten zorgen en in het ergste geval: de rolstoel duwen, omdat ze voelen dat het na jaren voor kinderen zorgen nu hun me-time is. Ze hebben duidelijke opvattingen over wat ze in ieder geval niet willen: geen sleur, geen sloof zijn en geen concessies doen aan de vrijheid en het leven zoals ze dat voor zich zien.

Dan liever alleen. Of samen met vriendinnen in een groot huis. De droom van menig vriendinnengroep. Ook die van mij. Of samen met je eigen kinderen en kleinkinderen, zoals weer een andere vriendin mijmert. Zij is op zoek naar een gemeenschapshuis met veel ruimte voor al die generaties ergens op de Veluwe.

Ik durf te stellen dat je rond je zestigste een derde puberteit meemaakt. Althans, ik heb er last van. Een nieuwe fase van identiteitsbepaling en keuzes maken. Als er een leeftijd is waarop je eindelijk ongegeneerd je eigen ding kunt doen, is het wel in de derde levensfase. Je bent aan niemand meer iets verplicht, hebt je bevrijd van alle mogelijke normen over hoe je je zou moeten gedragen en hebt nog een heel leven voor je.

Ik zag mezelf aansluiten in de optocht van vrouwen die er alleen op uit trekken, de wijde wereld in, rugzak op, onze avontuurlijke neus achterna. Tegen het alleen thuis komen zag ik niet op. Hoewel dat niet per se leuk is, weet ik uit ervaring, maar ik vond het  niet beangstigend. Het weerhield me in ieder geval niet om de deur achter onze relatie dicht te trekken.

Maar er is ook nog zoiets als liefde die wil stromen, los van vrijheidsdrang. Liefde die zich niks aantrekt van vormen, sociale normen en verwachtingen. En een relatie waarin je elkaar je neigingen gunt. In haar interview met Ronit palache op het Crossing Border Festival 2020 zegt Connie Palmen: “je wordt in feite aangetrokken tot het tekort van de ander. Je houdt van iemand om waar die in faalt, verlegen is, gesloten, neurotisch. Je wordt aangetrokken door wat er kapot is in iemand.” Ik bof  met een man die mij telkens weer met open armen op wacht.

De omgangsvormen voor een liefdesrelatie zijn tegenwoordig en in onze situatie veel vrijer dan we ooit hadden kunnen bedenken. Juist omdat er geen sociale of financiële afhankelijkheden zijn. Hooguit praktische bezwaren als het over huisvesting gaat en een omgeving die houdt van een hokje: hoe is het nu met jullie? Zijn jullie weer bij elkaar? Jan Latten en Malou van Hintem schreven er in 2007 al een aardig boekje over, “Liefde a la Carte”.  Zij zeggen: “Zoveel mogelijkheden veroorzaken even zoveel verwarring. Intussen zijn veel mensen op zoek naar zekerheid en geborgenheid, juist omdat een constante staat van verwarring te moeilijk is om in te leven. We willen onszelf niet afsluiten van nieuwe mogelijkheden, maar evenmin alleen op onszelf teruggeworpen worden.”

De afgelopen zes jaar hebben mijn geliefde en ik al verschillende vormen uitgeprobeerd. Toen we elkaar leerden kennen waren we allebei dik tevreden met onze eigen woonsituatie. Hij met z’n huurwoning in Amsterdam en ik met m’n twee-onder-een-kapper waar de jongenskamers het heerlijk vonden als ze in het weekend weer bevolkt werden. Het begon dus met een duidelijk living -apart-together. Terwijl ik doordeweeks door heel Nederland mijn interim werk  deed, leidde hij z’n vrijgevochten Amsterdamse leven. In het weekend waren we samen. De kinderen bleven intussen steeds vaker in hun eigen stad of waren op reis. Toen we besloten samen een camper te kopen, werden we een rondreizend gezelschap dat wisselend in de stad, in het huis met tuin of in ons mobiele huis verbleef. We hebben zelfs serieus gekeken naar een gezamenlijk (tiny) huis, maar de muurvaste woningmarkt en onze wensen kwamen niet tot een match. En toen kwamen er alle soorten van lock downs, waardoor het veel samen in 1 huis zijn begon te knellen. Althans bij mij. We schakelden weer terug op het week/weekend arrangement, maar daar was ik eigenlijk helemaal klaar mee.

Ik voelde me ondankbaar en ongedurig. Misschien had ik zelf wel een innerlijke beklemming af te werpen? Of was het de combinatie van lockdown en donkere eerste maanden van het jaar die me beving?

Alleen zijn is dan wel makkelijker, maar samen is, behalve gezelliger en intiemer, in ieder geval een stuk interessanter. In een liefdesrelatie word je gekend en leer je je zelf steeds beter kennen. Ook in je ongemakken en ongein. Luister maar naar het liedje Ken je mij van Trijntje Oosterhuis. In liefde kunnen we ons ontwikkelen. Esther Perel heeft het over de eeuwige innerlijke strijd die vele mensen voeren tussen de behoefte aan verbinding en geborgenheid enerzijds en vrijheid en spanning anderzijds.

Na een paar ongedurige en verdrietige weken zijn mijn lief en ik opnieuw begonnen met daten om uit te vinden hoe dat bewegen tussen vrijheid en verbinding er voor ons uit ziet. Onze relatie opnieuw uitvinden. We gaan het zien. Hoe dan ook: de lichtheid en de liefde zijn weer thuis, en de onrust in de ogen gekeken. Wat een reis.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *