#5 Als je oudste zoon 30 wordt

Als je oudste zoon 30 wordt, dan weet je wel hoe laat het is. Dan zijn je kinderen geen kinderen meer, maar volwassen kerels. ‘Ik weet nog dat ik zelf dertig werd’, zeg ik tegen Wouter, vlak voor zijn verjaardag. ‘Eerlijk gezegd voel ik me nog steeds dertig!’ bluf ik.

Ik herinner me een gesprek met mijn schoonmoeder. Wouter was een half jaar oud. Ik riep haar toe: maar ik ben al dertig! Om mijn argumenten kracht bij te zetten. Waarover het ging weet ik niet meer. Een liefdevolle en plagerige blik viel mij ten deel. En nu is die vrolijke baby van toen een volwassen man van dertig, die zijn eigen moeder na mijn stoere woorden net zo liefdevol en plagerig aankijkt als zijn oma destijds.

Een zoon van 30 voelt als een mijlpaal. Bij het passeren daarvan ben ik de klassieke moederfase  uitgekickt, maar ik blijf het hardnekkig ontkennen en me bij wijlen moederlijk ontfermen over m’n kroost, terwijl ik weet dat het eigenlijk niet meer past. Toen ze pas op kamers woonden kwamen ze nog regelmatig languit bij mij op de bank hangen en de koelkast leegeten. “Wie zijn er allemaal dit weekend”, was de standaardvraag in de familie-app. De broers vonden het fijn om elkaar te zien, samen uit te gaan en eindeloos potjes Risk te spelen. Ergens is er wat veranderd. Het omslagpunt lag bij het moment dat ze hun verjaardag op hun eigen studentenkamer gingen vieren in plaats van bij mama of papa thuis. Ze hebben nu een broers-app, zoeken elkaar op en doen veel samen. Mij hebben ze niet meer nodig. Ja, als de nood aan de man is, weten ze me te vinden. En we praten regelmatig gezellig bij of gaan samen op pad. Heel gezond dat ze hun eigen weg gaan en samen optrekken. Ik ben een trotse en blije moeder.

Maar het is winter. Buiten is het donker en er heerst corona. We zitten binnen en ik ben in de ban van weemoed geraakt. Tijdens een zoomcall zie ik bij een collega een opgeschoten jongen van 12 door het beeld schuiven. Zo een met een vrolijk, open kindergezicht, maar met z’n schouders al breed en z’n lijf lang. ‘Knijp m nog even lekker in die wangen’ roep ik naar het scherm voordat ik het in de gaten heb. ‘Nu kan het nog’. Ik schrik van mezelf, zover is het met mij inmiddels. Een hunkerende moeder die haar ei niet kwijt kan en de ergste clichés begint te kwaken. Voor je het weet zijn ze groot! Helemaal dertig voel ik me kennelijk toch niet. Bah.

Er is nog iets veranderd. Toen twee jaar geleden Isabella zich aandiende, de eerste kleindochter van mijn lief, was ik me er zo van bewust dat er een uniek wezentje geboren werd, niet het verlengde van haar moeder en vader, maar een speciaal en eigen mens. Natuurlijk geldt dat voor alle kinderen die geboren worden, maar ik was er plotseling zo door ontroerd. Bij de geboorte van mijn eigen kinderen werd ik vooral in beslag genomen door de woeste barensweeën, waarna ik ze steevast met een gevoel van diepe herkenning in mijn armen sloot: ja natuurlijk, jij moest het zijn en wat ben je welkom! We vormden samen een zich steeds verder uitbreidend gezin. De leden daarvan maken zich nu  los om later wellicht een eigen gezin te stichten. De natuurlijke cirkel van het leven. Mijn rol zal  veranderen. We schuiven allemaal een stukje op.  In deze tussenfase, geen echte moeder meer en ook nog geen echte oma, mijmer ik over de generaties en stokjes die worden overgedragen. Daar ben ik nooit eerder mee bezig geweest. Ik keerde me er zelfs van af. Ik wilde bijvoorbeeld niets weten van het  stamboomonderzoek van mijn vader, omdat het beledigend is dat vrouwen daarin niet meetellen. Met mij, mijn zusje en onze nichtjes sterft de naam Nagel uit. Mijn zoons dragen trots de dubbele achternaam van hun vader, die ook nog verre afstammeling is van Michiel de Ruyter. Daar kan de naam Nagel niet tegenop.

Ik weet inmiddels dat je stamboomonderzoeken langs de vrouwelijke lijn kunt doen. Maar waar te beginnen en hoe moet dat dan straks met mijn vier zoons? Ik denk aan het levensverhaal van mijn eigen moeder. Pionier als zij was in haar eigen leven en soms de tijd vooruit. Daar mogen in ieder geval de spotlights  op.

Door alle overpeinzingen en gesprekken, kom ik op het spoor van mijn oma’s. Een deksel gaat open van een doos waar ik dacht een paar standaardverhaaltjes in te hebben bewaard en verder geen aandacht aan besteedde. Ik ruik de lichte kamfergeur bij het opentrekken van de besteklade in het teakhouten dressoir als we op nieuwjaarsdag de tafel moesten dekken bij oma in Den Haag. Een geur van belofte, ritueel en toewijding. Ik voel de stof van het wollen kleed op tafel dat plaats moest maken voor wit damast. En kan nauwelijks een geeuw onderdrukken bij de herinnering aan die eindeloze middagen en soms ongemakkelijke stiltes als het nieuwjaarsconcert en het skischansspringen voorbij waren.

Het beeld van mijn andere oma komt niet veel verder dan haar aanwezigheid op die ene familiepicknick in het vroege voorjaar ergens in de Leemkule. Na 25 jaar noodzakelijke pauze werd het contact tussen mijn moeder en haar moeder daar weer hersteld. Althans dat was de bedoeling. Ik zie opa soeverein zitten op de gestreepte campingstoel met zijn mantel aan en hoed op. Wandelstok in de aanslag. Tante Annet aandachtig met hem in gesprek. Mijn moeder in haar mooiste geruite rok en witte blouse, een schaal met broodjes voor haar op het tafeltje. De hond aan haar voeten. Tante Bep kijkt vaag glimlachend voor zich uit en zit zoals altijd een beetje onderuitgezakt. De moeder van mijn moeder naast opa. Stilletjes kijkt ze onder haar hoedje vandaan. Ze ziet er best lief en vooral broos uit. Oma is ze voor mij nooit geworden. Het bleef bij deze ene ontmoeting.

Tot nu toe was mijn blik vooral op de toekomst gericht en wendde ik me mokkend af van alles wat oud en traditioneel was. Gelukkig zijn er vrouwen die dat niet deden, maar hun creativiteit en doorzettingsvermogen in de strijd gooiden om recht te doen aan al die verhalen en personen die niet vanzelf de aandacht kregen in de geschiedenis. Annie Erneaux beschreef in De Jaren haar persoonlijke geschiedenis en die van Frankrijk aan de hand van foto’s, voorwerpen en losse herinneringen. Zou ik zo ook mijn familiegeschiedenis kunnen reconstrueren?

Hoe kom ik van een 30-jarige zoon, via een stiefkleinkind op stamboomonderzoek en vervolgens bij flarden herinnering aan mijn eigen oma’s en vrouwelijke geschiedschrijving. Bij de natuurlijke verschuiving van posities en met het accepteren van het begin van de eindigheid, zoek ik naar de betekenis van mijn leven en mijn plek in de geschiedenis. De nostalgisch stemmende donkere maanden spelen vast ook een rol. Ik besluit me helemaal aan de weemoed over te geven en te zwelgen in de zoete pijn van dingen die voorbij gaan. Fado muziekje erbij, foto’s plakken en verhalen vertellen aan de jongens die ineens wat vaker langs komen.

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *